en
15 Nov 2018

Jaap Harlaar: ‘Arts van de toekomst is óók ingenieur’

Als elektrotechnisch ingenieur werkte Jaap Harlaar altijd al met artsen. Hij ziet zichzelf dan ook als een van de eerste klinisch technologen. Zijn nieuwe rol als opleidingsdirecteur klinische technologie en technical medicine zit dus als gegoten.

Onder de titel ‘Komt een ingenieur aan je bed…’ hield Harlaar op woensdagmiddag 14 november zijn intreerede als hoogleraar Biomechatronics aan de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen (3mE) van de TU Delft (terugkijken kan hier). Daarbij ging hij in op de rol van de klinisch technoloog in de gezondheidszorg en hoe die zich verhoudt tot de arts van de toekomst. Op beeldende wijze toonde hij hoe artsen en ingenieurs ieder met hun eigen kennis en kunde patiënten kunnen helpen. Juist in de combinatie van het geneeskundige en ingenieurs-curriculum ligt een belangrijke meerwaarde. De arts van de toekomst is een ingenieur, of beter óók een ingenieur, betoogt Harlaar. “Wat de precieze plaats van deze professional wordt in het taakherschikkende landschap van de gezondheidszorg, is nog ongewis. Maar over tien jaar hebben de ingenieurs definitief een plek ingenomen in de gezondheidszorg, en wilt u ze graag aan uw bed, misschien vermomd in een witte jas, dat wel.” Om zo ver te komen, moet de bestaande kloof tussen beide beroepsgroepen en onderzoeksterreinen overbrugd worden, aldus Harlaar.
 

Gezamenlijke opleiding

Met dat doel zijn de TU Delft, het LUMC en Erasmus MC een aantal jaar geleden in Medical Delta-verband gezamenlijk gestart met de opleidingen Klinische Technologie (bachelor) en Technical Medicine (master). Harlaar, die ook nog voor een dag per week verbonden is aan de afdeling revalidatiegeneeskunde van het VUmc, nam de functie van opleidingsdirecteur vorig jaar over van zijn voorganger professor Edward Valstar, die zijn functie wegens ziekte moest neerleggen en kort daarna overleed. “Ik sta hier dan ook met een dubbel gevoel”, zei hij daarover.
Harlaar is als hoogleraar Biomechatronics tevens een van de wetenschappelijk leiders van het Medical Delta-onderzoeksprogramma Improving Mobility with Technology. In zijn intreerede stipte hij ook dat even aan: “Bij aandoeningen die het bewegen beïnvloeden, kan slimme mechanische ondersteuning, biomechatronica, de mobiliteit verbeteren. Ook zijn biomechanische metingen en modelvorming noodzakelijk om therapie op maat mogelijk maken. Op dit terrein zullen we ons duidelijk profileren, als onderdeel van de brede med-tech samenwerking in de Medical Delta.”