Digitale oplossingen overstijgen zorglijnen in Project Geboortezorg

donderdag 17 september 2026

De geboortezorg ervaart een toenemende druk. De vraag piekt onvoorspelbaar, personeel is schaars en organisaties hebben niet altijd zicht op elkaars capaciteit. In het project Geboortezorg werken partners uit de regio Delft-Rotterdam daarom samen aan digitaal ondersteunde oplossingen die zorglijnen en organisaties overstijgen: een piekenplan, capaciteitsdashboards en één dossier.

In een interviewreeks op de programmapagina van Campus Rotterdam komen verschillende stakeholders aan het woord over wat hiervoor nodig is en waarom samenwerking zo belangrijk is, waaronder onderzoekers Julian Houwen en Brechtje Krijvenaar (TU Delft). Zij zijn verbonden aan het Medical Delta Programma ‘Edison - integrale gezondheidspaden’. Dit interview is eerder gepubliceerd op TUdelft.nl/campus-rotterdam

Welke uitdagingen zien jullie in de regio rondom de geboortezorg?

Julian Houwen: “De regio Rotterdam–Delft kent een complex zorglandschap. Ziekenhuizen, verloskundigenpraktijken, kraamzorgorganisaties en regionale samenwerkingsverbanden opereren elk vanuit hun eigen perspectief, verantwoordelijkheden en systemen. Tegelijkertijd zijn zij in de dagelijkse praktijk sterk van elkaar afhankelijk. Dat maakt samenwerking niet vanzelfsprekend, zeker in een context waarin capaciteitsdruk op piekmomenten extra spanning op het systeem zet, en informatie-uitwisseling tussen zorgsystemen vaak nog te versnipperd verloopt. De urgentie om dit anders te organiseren en te verbeteren is groot.”

Brechtje Krijvenaar: “Ook de inzet van digitale oplossingen verschilt sterk binnen de geboortezorg. Sommige ziekenhuizen zijn al ver gevorderd met dashboards, datagedreven inzichten en nieuwe technologieën. Andere organisaties staan nog aan het begin hiervan. Zij zien het belang wel, maar zoeken nog naar hoe digitale middelen daadwerkelijk waarde kunnen creëren in de praktijk.”

Hoe zijn jullie van start gegaan bij het project?

Julian Houwen: “We zijn gestart vanuit de vraag: hoe creëren we een gedeeld begrip van het probleem en van mogelijke oplossingen? Daarvoor hebben we vanaf het begin alle betrokken disciplines op gelijkwaardige wijze aan tafel gebracht. Artsen, verpleegkundigen, verloskundigen en kraamzorgprofessionals brachten gezamenlijk in kaart waar knelpunten ontstaan en welke kansen zij zagen voor verbetering.

Door bestaande structuren tijdelijk los te laten, ontstond ruimte voor nieuwe gesprekken en gezamenlijke oplossingsrichtingen. Dat proces heeft uiteindelijk geleid tot drie concrete interventies waar we op dit moment uitvoering aan geven: het piekenplan, het capaciteitsdashboard en één dossier.”

Brechtje Krijvenaar: “Het piekenplan helpt om gezamenlijke werkwijzen vast te leggen, zodat organisaties op piekmomenten sneller en beter kunnen handelen. Daarin maken partijen afspraken over hoe zij capaciteit met elkaar afstemmen, hoe zij data registreren en wie waarvoor verantwoordelijk is. We hebben daarnaast twee dashboards ontwikkeld. Het ene dashboard zorgt voor real-time inzicht in de beschikbare capaciteit, het andere dashboard laat de verwachte instroom van zwangeren zien. En één dossier richt zich op betere en meer geautomatiseerde gegevensuitwisseling tussen betrokken zorgverleners om de administratieve lasten te verlagen en om ervoor te zorgen dat relevante informatie op het juiste moment beschikbaar is voor professionals op de werkvloer. We bouwen daarbij voort op bestaande ontwikkelingen, zoals de datainfrastructuur van HINQ (bekend van de BLINKZ viewer: het nieuwe Babyconnect) en het Landelijke Platform Zorgcoördinatie (LPZ)-dashboard van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), zodat we het zorgproces eenvoudiger, veiliger en efficiënter kunnen maken.”


Binnen dit project zijn Julian Houwen en Brechtje Krijvenaar betrokken als PhD-onderzoekers vanuit de faculteit Industrial Design Engineering (IDE) van de TU Delft en onderzoekers binnen het Medical Delta Programma ‘Edison - integrale gezondheidspaden’. Zij geven in hun onderzoek antwoord op de vraag: Hoe kunnen we transformeren in de geboortezorg en hoe werkt design daarvoor? Vanuit hun onderzoek naar innovatie, samenwerking en systeemverandering in de gezondheidszorg delen zij hun ervaringen en inzichten over de rol van technologie en ontwerp in toekomstbestendige geboortezorg.


Wat is de grootste uitdaging binnen het project?

Julian Houwen: “De grootste uitdaging zit niet per se in de technologie, maar in de complexiteit van het menselijke systeem eromheen. Je beweegt continu tussen verschillende belangen, samenwerkingsstructuren en professionele verhoudingen. Dat vraagt om tijd, vertrouwen en zorgvuldige afstemming. Tegelijkertijd ligt daar ook de kracht van het project. Wanneer partijen elkaar beter beginnen te begrijpen en gezamenlijke kansen zien, ontstaat er energie om echt samen te veranderen. Er is echt een ‘coalition of the willing’ ontstaan met mensen die hun schouders eronder willen zetten, vertrouwen hebben in de richting en met creatieve ideeën komen.”

Technologie moet passen in het werkproces en helpen om bestaande knelpunten te verminderen

Brechtje Krijvenaar: “Door de enorme druk die er is in de zorg was de eerste uitdaging om iedereen aan tafel te krijgen. Tegelijkertijd zijn het allemaal professionals met heel veel passie. Zodra de partijen eenmaal aan tafel zaten, wilden ze er ook echt werk van maken. De grootste uitdaging is nu om te laten zien dat de oplossingen haalbaar zijn en werken in de praktijk. Zorgprofessionals zitten niet te wachten op nog een losse app of een extra administratieve laag. Technologie moet passen in het werkproces en helpen om bestaande knelpunten te verminderen. De zorg moet kunnen ervaren dat de oplossingen aansluiten bij hun werk, dat ze uitvoerbaar zijn en dat ze de moeite waard zijn.”

Wat maakt dit project uniek voor jou?

Julian Houwen: “Dit project laat zien dat systeemverandering mogelijk wordt wanneer top-down urgentie en bottom-up ontwerp samenkomen. Er is een duidelijke regionale urgentie om de geboortezorg anders te organiseren, maar de oplossingen worden niet van bovenaf opgelegd. Zorgprofessionals worden juist actief en gelijkwaardig betrokken, waardoor eigenaarschap binnen de regio ontstaat. Daarnaast spelen data en visualisaties een belangrijke rol. Ze helpen om een gezamenlijk beeld te creëren van capaciteit, samenwerking en besluitvorming. De kracht van dit project zit dus niet alleen in de digitale oplossing, maar juist in de combinatie van ontwerp, zorg, beleid en implementatie.”

Brechtje Krijvenaar: “Wat dit project uniek maakt, is dat we vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde vraagstuk kijken. De zorg is aangehaakt, de zorgverzekeraar ziet de noodzaak om te veranderen en er is vertrouwen om stappen te zetten. RIGA ontwikkelt mee, ziekenhuizen zitten aan tafel, net als coöperaties, verloskundigenpraktijken en kraamzorgorganisaties. Iedereen kijkt vanuit een eigen perspectief naar het vraagstuk, maar er is wel een gezamenlijke bereidheid om te zeggen we gaan dit samen werkend maken. Het is echt een unieke gezamenlijke kans om innovatie in de zorg daadwerkelijk regionaal te organiseren. En dankzij HINQ hebben we een data infrastructuur ter beschikking voor heel Nederland, waardoor we dit uiteindelijk ook binnen Nederland kunnen opschalen.”

Wat is jullie belangrijkste takeaway uit dit project als het gaat om het ontwikkelen van interventies die echt impact maken?

Julian Houwen: “Om technologie van toegevoegde waarde te laten zijn, moet je beginnen bij de mensen die ermee gaan werken. Binnen ontwerpgericht onderzoek staat de expertise van gebruikers centraal.

Tegelijkertijd moet je goed begrijpen hoe het zorgsysteem functioneert, inclusief de dynamiek, verantwoordelijkheden en hiërarchie tussen verschillende partijen. Daarom hebben we niet alleen gekeken naar technische mogelijkheden, maar vooral naar de vraag: ‘Wat hebben zorgprofessionals nodig om hun werk beter te kunnen doen?’

We hebben daarbij ook prioriteit gegeven aan het opbouwen van wederzijds begrip en op het zichtbaar maken van belangen, afhankelijkheden en gedeelde doelen. Dat is een belangrijke randvoorwaarde om technologie aan te laten sluiten bij de praktijk en daadwerkelijk bijdragen aan verandering.”

Brechtje Krijvenaar: “Voor mij zit de kracht van dit project juist in die nauwe verbinding met de praktijk. We hebben niet van buitenaf bedacht wat de zorg nodig heeft, maar zijn gaan observeren, interviewen en meelopen met de mensen voor wie we dit ontwikkelen. Ik heb observaties kunnen doen bij onder meer Franciscus, Reinier de Graaf, Sophia Geboortecentrum en bij de verloskunde, tijdens dagdiensten en in de dagelijkse zorgpraktijk. Die praktijkkennis was essentieel om technologie betekenisvol te maken. Daarom hebben we ideeën voortdurend getoetst met mensen uit de praktijk en met onze domeinexpert Anne de Jong van RIGA en DSW zorgverzekeraar. Zo konden we bepalen wat nu al haalbaar is, waar bestaande technologie op aansluit en waar we op langere termijn naartoe kunnen werken. En daarnaast helpt het dat we nu ook een technische partner HINQ hebben die wil meedenken en samenwerken in de uitvoering van de digitale oplossingen.”


Het project Geboortezorg is een samenwerking tussen (op alfabetische volgorde): Cover, DSW, Franciscus, Geboorteketen, HINQ, KSV Kraamschakel, KSV Rijnmond, LNAZ, Reinier de Graaf Gasthuis, RIGA, ROAZ West, ROAZ Zuidwest, TU Delft, Verve, VSV Franciscus en VSV Reinier. De TU Delft is betrokken via het programma Edison – integrale gezondheidspaden, dat onder meer binnen Medical Delta wordt uitgevoerd.


Foto's: Marketiek door Marit Hazebroek