Onderzoeken, innoveren en implementeren met de gezondheidspraktijk is een van de uitgangspunten van Medical Delta. Living Lab Developers Denise van der Meer en Gerwin Vis nemen dit heel letterlijk: zij werken minimaal één dag per week bij VVT-organisatie Zorgpartners Midden-Holland.
Hier koppelen zij onderzoek en onderwijs aan innovatie en implementatie. Ze spreken er met zorgprofessionals en bewoners en helpen elkaar met de doorontwikkeling van ‘hun’ living labs. Door ter plaatse te zijn, signaleren ze drempels eerder en helpen ze innovatie en implementatie te versnellen.
Denise van der Meer doet dit voor Medical Delta Living Lab ‘TIPIZ: Technologische implementatie met positieve impact op de zorg’, Gerwin Vis voor Medical Delta Living Lab 'Data supported healthcare & innovation'. We spraken ze bij een locatie van Zorgpartners Midden-Holland in Gouda over hun ervaringen.
"Als docenten staan we allebei in het onderwijs, als Lab Developers doen we onderzoek in de zorgpraktijk: een optimale situatie.”
Dit interview is de achtste in een reeks met praktijkpartners van de transdisciplinaire Medical Delta programma’s en living labs.
Denise: “Zorgpartners is een VVT-organisatie (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg, red.) die samen met Hogeschool Rotterdam en zorgkantoor VGZ participeert in het project ‘Innoveer[t]huis’. Ze geven ons de praktische context waarbinnen wij onderzoek doen en waar we verbinding leggen met het onderwijs.
Het Medical Delta Living Lab TIPIZ wil de zorgpraktijk ondersteunen in het implementeren en opschalen van zorgtechnologie. Samen met onze praktijkpartners zien we dat er ontzettend veel slimme innovaties beschikbaar zijn, waarvan er uiteindelijk nog te weinig landen in de praktijk. Dr. Helma Kaptein (Lector Implementatie Zorgtechnologie bij Hogeschool Rotterdam en een van de living lab leaders, red.) ontwikkelde een implementatiekompas dat ook de randvoorwaarden meeneemt om innovaties succesvol te kunnen inzetten. Met de feedback die we hier ophalen, ontwikkelen we dat kompas verder.”
Gerwin: “De technologie waar ons living lab zich op richt (data en AI, red.) zit eigenlijk nog in de fase vóór implementatie en opschaling. Toch proberen we nu al om praktijkpartners, onderzoeksinstellingen en opleidingsinstituten aan te sluiten en waar mogelijk AI- en datatools in te zetten.
Feedback ophalen bij mensen die er uiteindelijk mee moeten werken, is daarin erg belangrijk. Het gaat er immers om dat wat je doet en bouwt, aansluit op de behoefte: welk probleem ga je oplossen, en waar gaat de technologie echt helpen? Daarnaast heb je voor een goed functionerende AI-tool bruikbare datasets nodig, en hiervoor ben je afhankelijk van de input uit de praktijk.”
Denise: “Het is mijn taak om te borgen dat onderzoek, dat we altijd samen met studenten uitvoeren, op de manier wordt uitgevoerd zoals we dat bedacht hadden. Ik begeleid studenten in hun onderzoek op de afdelingen. Ik hoor van de zorgmedewerkers hier dat ze het fijn vinden te merken dat wij als onderzoekers naast ze staan.”
Gerwin: “De afgelopen weken liep ik regelmatig over de afdeling om te kijken hoe we spraakgestuurd rapporteren kunnen oppakken. Hier laten we studenten op aansluiten. Met het lectoraat overleg ik hoe we het verder kunnen vormgeven en waar we de focus op moeten leggen. Omdat ik zelf twintig jaar in de zorg heb gewerkt, onder meer als verpleegkundige, voelt hier rondlopen als ‘thuiskomen’.”
Gerwin: “Nou ja, ik heb zelf ook wel meegemaakt dat zorginnovaties groots werden aangekondigd, terwijl veel zorgverleners er niet mee overweg konden of het niet wilden gebruiken. Dat zie ik nog steeds: er zijn mensen die ermee aan de slag gaan en mensen die er de meerwaarde niet van zien. Voor mij als onderzoeker zijn beide interessant: waarom werkt iets wel voor de ene persoon en niet voor de ander?”
Denise: “Het ligt niet aan één ding. Als we echt willen opschalen met bewezen innovaties, dan moeten we anders over zorgprocessen nadenken. Een voorbeeld: vanuit Innoveer[t]huis zijn we bezig met onderzoek naar de ‘Linaus Syren-shower’, een nieuwe manier van douchen in bed dat veel tijdsbesparing oplevert. Vanuit de praktijk kwam de vraag op: waarom douchen we mensen eigenlijk alleen ‘s ochtends? Er zijn ook bewoners die veel liever ’s avonds douchen.
Zoiets past niet in de vaste zorgprocessen, maar het is wel iets om over na te denken. En dat is best ingewikkeld, want om innovaties in te bedden in zorgprocessen, moet je ook kijken naar bijvoorbeeld de visie van een zorgorganisatie, de financiële middelen en bekostiging en het draagvlak onder gebruikers. Ook als iets landelijk wordt vastgesteld, is het nog niet gezegd dat het overal evengoed werkt. Binnen TIPIZ zijn dit interessante randvoorwaarden, waar we met het implementatiekompas naar kijken.”
Een implementatiesucces voor of afdeling A hoeft niet automatisch succesvol te zijn voor afdeling B, waar ze misschien nét andere zorgprocessen en behoeftes hebben
Gerwin: “Als ergens voor het eerst een innovatie wordt geïmplementeerd, wordt er van alles uit de kast getrokken om het te doen slagen: er wordt geluisterd naar het zorgpersoneel en de cliënten, processen worden aangepast, de innovatie en de context worden bijgesteld aan de praktijkbehoefte. Als het vervolgens een succes blijkt, hoeft dat succes voor zorgorganisatie of afdeling A niet automatisch succesvol te zijn voor afdeling B, waar ze misschien nét andere zorgprocessen en behoeftes hebben.
Bij opschaling wordt niet altijd meegenomen wat er gedurende het implementatieproces allemaal is aangepast en doorontwikkeld. Om een zorginnovatie op afdeling B net zo succesvol geïmplementeerd te krijgen als op afdeling A, moet je eigenlijk weer opnieuw dat implementatieproces door.
Dat is iets wat we vanuit Innoveer[t]huis ook willen faciliteren, dat je als zorginstelling als het ware een implementatiestroomschema doorloopt om een AI-toepassing goed te integreren in jouw zorgproces. Het gaat erom dat je de context meeneemt bij de implementatie, iets wat we studenten ook willen laten ondervinden en meegeven.”
Denise: “Ik vind dat lastig hard te maken omdat het living lab TIPIZ zich echt op de VVT richt. Maar over het algemeen kan ik wel zeggen dat er binnen VVT’s nog veel te winnen valt als het gaat om technologiegebruik.
Dat komt ook omdat processen niet op elkaar aansluiten. Mensen gebruiken thuis bijvoorbeeld een medicijndispenser, maar bij een kortdurende opname wordt het medicijnproces overgenomen door de zorg, om bij thuiskomst weer afhankelijk te zijn van de dispenser. Idealiter zou iemand de technologie mee moeten kunnen nemen over domeinen heen.
De technische IT infrastructuur is vaak de grootste beperking om technologie in te zetten. Daarnaast zijn het vaak financieringsstromen die niet op elkaar aansluiten. En wet- en regelgeving, bijvoorbeeld: wie is verantwoordelijk voor het gebruik van zo’n medicijndispenser zodra deze van huis wordt meegenomen bij een opname? Procesinnovatie is hierin belangrijk.”
Gerwin: “Binnen de VVT wil iedereen wel ‘iets’ met AI, maar niemand weet precies wat. We onderzoeken nu dus vooral waaraan het moet voldoen. Waarbij het overigens wel mooi is om te zien hoe hoog veiligheid op het netvlies staat van de zorgmedewerkers. Dat is een goed uitgangspunt, want je moet uiteindelijk wel altijd checken of dat wat een AI-tool zegt of doet, daadwerkelijk klopt.”
Denise: “Alle zorgorganisaties worstelen min of meer met hetzelfde probleem: hoe maak ik slimme, goed werkende innovaties onderdeel van de dagelijkse praktijk? Dat merk je bijvoorbeeld bij landelijke bijeenkomsten zoals de Slimme Zorgestafette. Het is mega waardevol dat we niet meer allemaal zelf het wiel aan het uitvinden zijn. Er komt steeds meer het besef van: laten we de krachten bundelen. Ook binnen ons eigen consortium zie je een netwerk ontstaan met steeds meer uitwisseling. Partners binnen TIPIZ - Omring en Pieter van Foreest - wisselen al veel ervaringen uit.
Ik werk nu een jaar hier in de praktijk en Gerwin sinds een aantal maanden. Hij zei op een gegeven moment: ‘we kunnen met AI van alles bouwen, maar voor de relevantie hebben we echt de praktijk nodig’. En ik zei dat we die praktijkinbreng hier hebben, en dat we heel graag met AI aan de slag wilden. Vanuit het netwerk van de Medical Delta Living Labs zie je dat iedereen elkaar steeds meer begint te vinden, ik word daar erg enthousiast van.”
Er komt steeds meer het besef van: laten we de krachten bundelenGerwin: “Het kennisgebrek op AI is een ding in de zorgverlening. We hebben als living lab het initiatief genomen om de ‘AI-geletterdheid’ bespreekbaar te maken door te kijken wat een zorgmedewerker zou moeten kunnen en zou moeten weten om hier beter in te worden. Deze methodiek hebben we op LinkedIn gepost en aan de hoeveelheid reacties merk je: het speelt sectorbreed. Vanuit het living lab hebben we hierover mooie sessies met Rijndam Revalidatie georganiseerd.”
Denise: “Voor die nieuwe manier van douchen bijvoorbeeld, wisselen we de ervaringen uit van verschillende zorginstellingen, zoals Aafje en Pieter van Foreest. Dat gebeurt ook met een onderzoek naar de inzet van beeldzorg waar studenten nu mee bezig zijn. Hierin hebben de partners Omring en Pieter van Foreest elkaar mooi gevonden.
Denise: “We hebben het best vaak over onderwerpen die ons allebei bezighouden, zoals: hoe haak je praktijkpartners goed aan? Waar zet je opdrachten weg? Het scheelt dat we allebei ook docent zijn aan de Hogeschool Rotterdam en onderzoeksvragen uit de praktijk relatief makkelijk kwijt kunnen. De opleiding Mens en Techniek | Zorgtechnologie sluit naadloos aan bij de onderzoeksvragen die we hebben. Als docenten staan we allebei in het onderwijs, doen we onderzoek en werken we in de zorgpraktijk: een optimale situatie.”
Gerwin: “Ik heb veel aan de onderzoekskills van Denise en haar manier van het opzetten van onderzoeksopdrachten. Wat ook helpt, is dat haar living lab qua technologische ontwikkeling wat dichter bij praktijkgebruik zit en wij daar met AI dus eigenlijk nog een fase voor zitten.”
Denise: “Ik loop dan weliswaar hier mee op de afdeling, maar Gerwin komt écht uit de praktijk en dat is voor mij erg waardevol. Sowieso is er een mooie uitwisseling tussen alle Living Lab Developers. Een netwerk bouwen, partners zoeken, hoe laat je bepaalde dingen zien: we lopen tegen dezelfde dingen aan.”
Gerwin: “We pakken nu ook samen onderwerpen op. Dat kunnen projecten zijn, zoals het gebruik van een AI-toepassing voor medewerkers en bewoners. Een ander voorbeeld is het geven van masterclasses aan zorgprofessionals over implementatie.”
Gerwin: “Die samenwerking gaat nu steeds meer komen. Wij zijn redelijk from scratch gestart met AI-innovaties als een relatief nieuw onderwerp, dus in het begin was het vooral overleggen, het verkennen van samenwerking en plannen maken. Nu zetten we gerichte projecten op. Vanaf de start zat er goede energie op. Het komt nu bij elkaar, dat is mooi om te zien.”
Denise: “We zijn ook steeds meer bezig met het verbinden van onderwijsinstellingen. Je ziet in het werkveld dat wetenschap, praktisch onderzoek en toepassing elkaar tegenkomen, maar dat er onvoldoende kennis is over wat je aan elkaar kan hebben. Ik zou het heel mooi vinden als we een project kunnen doen met studenten van de universiteit, hbo en mbo. Dat is nog best lastig, want je loopt dan tegen allerlei barrières aan zoals kosten, het inpassen in het curriculum en de toetsing.”
Je ziet in het werkveld dat wetenschap, praktisch onderzoek en toepassing elkaar tegenkomen, maar dat er onvoldoende kennis is over wat je aan elkaar kan hebben
Gerwin: “Ook voor AI-toepassingen is daarin nog veel te winnen. Het is echt niet meer zo dat je een afgestudeerde, ervaren programmeur moet zijn om een handige AI-toepassing te kunnen maken. Tegelijkertijd wordt het overgrote deel niet geïmplementeerd. Veel zorgmedewerkers die ermee moeten werken, komen van het mbo, dus die proberen we steeds nadrukkelijker aan te sluiten.”
Denise: “We komen van een tijd van technology push: een oplossing zoekt een probleem. Draai dat om: ga de zorgpraktijk in, haal daar eerst de problemen op en neem in de ontwikkeling de mensen mee die ermee moeten werken. Als zij zien dat het hun probleem oplost, is de kans groter dat het ook echt gebruikt gaat worden.”
Gerwin: “Toen ik nog in de zorg werkte als projectleider, was het meer van: ‘hoe gaan we de praktijk aanpassen op een bepaalde innovatie?’. Dat is nu aan het veranderen naar: ‘hoe kunnen we een innovatie zo ontwikkelen, dat het aansluit bij de praktijk?’. Die ontwikkeling zou verder moeten doorzetten.
Je ziet dat nu ook weer bij AI: er wordt van alles bedacht, overal zie je bedrijfjes ontstaan die uiteindelijk te laat naar te zorgpraktijk gaan om te kijken wat eigenlijk de vraag is. Natuurlijk heb je ook pioniers nodig, die uit het niets een geweldige oplossing bedenken. Maar als je het echt wilt laten landen, dan zal je dat samen met de gebruikers moeten doorontwikkelen.”
Denise: “Hou ook oog op de bijkomstigheden van innovaties. Het eerdergenoemde voorbeeld van de Syren-shower kan zomaar 15 of 20 minuten tijd schelen per handeling. En zo zijn er ook AI-toepassingen die arbeidsbesparend zijn. Dan komt de vraag op: wat doen we met die tijd?
Gaan we weer terug naar vroeger, waarin er meer tijd en geld was voor informele zorg en een praatje met een oudere of hulpbehoevende? Of gaan we naar een nieuwe manier van werken waarin we met dezelfde mensen en middelen meer zorg kunnen bieden? Het betekent dat je werkprocessen anders moet gaan inrichten om iets met die tijdsbesparing te kunnen doen. Ga ook daarover met elkaar in gesprek.”
Foto's: Guido Benschop, tekst: Sietse Pots
Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies zijn tekstbestanden die op de computer worden geplaatst wanneer websites worden bezocht. Ze worden veel gebruikt om websites efficiënt te laten werken en om informatie te verstrekken aan de eigenaren van de website. Hieronder kan aangegeven worden of u de cookies accepteert.