Sommige mensen worden zonder noemenswaardige problemen gezond oud, anderen zijn op oudere leeftijd kwetsbaar en hebben een groter risico op ziekten. Het Medical Delta Programma ‘GLIAGE' ontwikkelt meetmethoden om het risico op deze condities bij 55-plussers vast te stellen en te monitoren met zogeheten ‘biomarkers’.
In veel gevallen laat het risico op gezondheidscondities zich voorspellen aan de hand van metingen van zogeheten ‘metabolieten’ in het bloed. Een metaboliet is een molecuul of verbinding die wordt gevormd tijdens de stofwisseling (metabolisme) of bij een ontsteking.
Het is steeds beter mogelijk om met een paar druppels bloed een biologisch profiel te maken en daarmee in kaart te brengen welk risico iemand heeft om algemene kwetsbaarheid of bepaalde condities te ontwikkelen. Daarmee zijn metabolieten een interessante ‘biomarker’ van biologische leeftijd.
Het Medical Delta Programma ‘GLIAGE' ontwikkelt manieren om gezondheidschecks met biomarkers breder beschikbaar te maken, en aan de hand van deze data gerichter preventieve gezondheidszorg aan te bieden aan ouderen. Zorgprofessionals kunnen mensen met een hoog risicoprofiel met gepersonaliseerde leefstijlinterventies helpen het risico te beperken.
Samen met praktijkpartners wordt gekeken hoe deze biomarkers als meetinstrument kunnen worden toegepast in de gezondheidspraktijk. Het Leefstijlcentrum Haaglanden is een van deze praktijkpartners en start later dit jaar met het koppelen van gegevens van biomarkers aan gerichte preventieve gezondheidszorg. We spraken medeoprichter van Leefstijlcentrum Haaglanden Pieter Flaton aan het begin van het implementatieproces.
“Als je inzichtelijk kan maken dat het werken aan een gezondheidsprogramma aantoonbaar effect heeft op je gezondheid, dan kan dat een enorme motivatie aanwakkeren. Je maakt gezondheid voor een deel grijpbaar.”
“We zijn benaderd hieraan mee te doen omdat bij ons tientallen mensen komen die een gezondheidsuitdaging hebben, veelal ouderen, en gemotiveerd zijn hier iets mee te doen. Velen volgen een GLI-programma (Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI), een tweejarig programma voor mensen met obesitas, red.). Dit is een interessante onderzoeksgroep voor het programma.
Tegelijkertijd hebben we vanuit onze eigen doelstelling een hele brede aanpak. ‘Bewegen’ is voor ons altijd het startpunt, maar voor een goede gezondheid is veel meer nodig. Dat kunnen wij bieden.
Het Medical Delta Programma ‘GLIAGE' is een mooi voorbeeld van publiek-private samenwerking. Er is een structurele publieke financiering voor het onderzoek. Wij zijn uiteindelijk een bedrijf en zijn wendbaar ingesteld, we kunnen snel zelf beslissingen maken. In deze combinatie kunnen we snel zien of wat er in het onderzoeksprogramma is ontwikkeld, in de praktijk werkt of nog even terug moet naar de tekentafel. Wij zien de mensen, spreken ze en meten hun gezondheidsprogressie.”
“Mensen kunnen hier een persoonlijk gezondheidsprogramma afwerken. We meten doorlopend zaken als gewicht, vetpercentage en biologische leeftijd waardoor je kunt zien of je vooruitgang boekt. Voor mensen die hier komen is het eigenlijk al vrij normaal dat dit wordt bijgehouden.
Biomarkers zijn een goede aanvulling daarop. Zeker als je dat combineert met gesprekken over gezondheid en leefstijl, of meer verdiepende gesprekken aan de hand van data.
Het gaat voor een groot gedeelte om motivatie. Dat is belangrijk. Mensen die bij ons komen, zijn zelf al gemotiveerd om aan hun gezondheid te werken. De meesten willen ook best meedoen aan een onderzoek zoals dit, dat is een band die we vaak al hebben opgebouwd.
Natuurlijk zijn we een commerciële organisatie, maar wel met een maatschappelijke doelstelling. De mensen die hier werken, zijn zelf bereid om hun eigen tijd, ruimte en middelen in te zetten voor een hoger doel. Er zijn dus gemotiveerde onderzoekers, een gemotiveerde onderzoeksgroep, én een gemotiveerde groep begeleiders.
Vanuit die combinatie verwacht ik dat we versneld kunnen implementeren, of er snel achter komen als iets niet helemaal werkt.”
“Uiteindelijk hoop je dat zo’n meetmethodiek vanuit een biomarker een indicatie geeft van de verwachte gezondheid. Dus dat je kan inschatten of iemand een verhoogd risico heeft op diabetes, of bijvoorbeeld een long- of hartaandoening, en dat je daar dan gericht mee aan de slag kunt gaan. Als een soort stoplichtsysteem: je ziet een aantal indicatoren, en als het ergens oranje of rood wordt en je hebt daar invloed op, dan ga je daarover in gesprek met de client.
Ik vind zo’n individueel gesprek in combinatie met een rapportage de basis van ons werk: je moet mensen niet alleen adviseren en begeleiden, maar ook volgen zodat je tussentijds kan kijken en vragen hoe het gaat. Ook over andere zaken die spelen in het leven. Waar wil een client aan werken? Zijn er onderliggende factoren? Misschien heeft iemand veel last van stress door een privésituatie, niet alles hoeft medisch te zijn. Op basis daarvan kies je een aanpak. Als je alleen de data als uitgangspunt neemt, zoals de waarde van een biomarker, dan is er een risico dat je dat mist.
Het is iets waar ik ook benieuwd naar ben: als we de onderzoeksgroep splitsen in een groep die uitgebreide persoonlijke begeleiding krijgt bij een interventie, met gesprekken en aandacht, en een groep die alleen de interventie krijgt, en we volgen dat met biomarkers, verwacht ik verschillende uitkomsten. Het kan de schakel zijn naar de inbedding van biomarkers in de zorg: dat dit samen gaat met begeleiding.”
“Ik denk dat dit de doorontwikkeling gaat helpen. In andere innovatieprojecten wil het daar nog wel eens fout gaan. We hebben bijvoorbeeld wel eens een diagnostische meting met een vingerprik getest dat op papier goed bedacht leek, maar uiteindelijk niet gebruiksvriendelijk was en ook de logistiek niet goed werkte. Daar zijn we dan ook in een vroege fase mee gestopt.
Dat wij vroeg in het onderzoek worden betrokken bij de praktische toepasbaarheid, is een enorme stap voorwaarts.We zijn ongeveer een jaar geleden in contact gekomen met het LUMC. Voor het Medical Delta Programma ‘GLIAGE’ gaan we doorlopend metingen uitvoeren tijdens het proces van mensen begeleiden naar een betere gezondheid. Momenteel kijken we samen met de onderzoekers hoe we tot een goed passende implementatie kunnen komen, en dan gaan we aan de slag.
Normaal gesproken worden metingen en onderzoeksmethodieken eerst helemaal uitgedacht en gecontroleerd en pas helemaal aan het einde toegepast. Dat wij nu al zo vroeg in het onderzoek worden betrokken bij de praktische toepasbaarheid van die metingen, is wat mij betreft een enorme stap voorwaarts. We kunnen nu in een vroeg stadium tussenevaluaties doen om de koers van het onderzoek bij te stellen als iets niet blijkt te werken.”
“Ik zie ons als de doorvertalers van de wetenschappelijke bevindingen en het onderzoek, naar uiteindelijk de mensen die we hier begeleiden. Dat betekent ook dat we heel goed moeten begrijpen waarom dit voor de deelnemers belangrijk is.
We hebben een relevante onderzoeksgroep, we hebben de faciliteiten, we hebben de brede blik en het brede aanbod op gezondheid, we hebben de professionals die hiermee aan de slag kunnen en het gesprek aangaan met cliënten, dat is allemaal geen probleem. Belangrijker wordt het hoe we mensen gemotiveerd krijgen om mee te doen en mee te blijven doen.
Het ‘waarom’ van dit onderzoek is daarvoor cruciaal. En dan niet de wetenschappelijke motivatie om iets uitgezocht te hebben, maar: waarom is dit voor ons en voor de deelnemers belangrijk om aan mee te doen.”
“Ik denk dat het uiteindelijk neerkomt op eigen regie. We worden geboren met een bepaalde DNA, een blauwdruk voor onze verdere gezondheid. Daarin hebben sommige mensen geluk, en anderen niet. Tegelijkertijd is er steeds meer wetenschappelijk bewijs dat je zelf veel invloed hebt op de verwachte gezondheid in de rest van je leven. Dat inzicht wil je aanwakkeren.
Als je dat duidelijk kan maken, dus dat het werken aan een gezondheidsprogramma aantoonbaar effect heeft op je gezondheid, dan kan dat een enorme motivatie geven. Je maakt gezondheid voor een deel grijpbaar. Mensen kunnen denken: ‘ik kan dan wel die aandoening hebben of een hoog risico lopen op een bepaalde ziekte, maar ik kan daar zelf iets aan doen’.
Het gaat ook om ‘ervaren gezondheid’. Gewoon letterlijk: ‘hoe voel je je nu’? Als je ervaren gezondheid in verloop van tijd verbetert en je kunt dat ook aantoonbaar maken met biomarkers, dan krijgen mensen nog sterker het idee dat ze zelf hun gezondheid kunnen beïnvloeden. Die combinatie, eigen regie en resultaten zien van je inspanningen, is denk ik het allerbelangrijkste voor de mensen die hier te komen. Inzicht, perspectief, eigen regie: daar gaat het om.”
“Het feit dat we zijn gevraagd in zo’n vroeg stadium van het onderzoek, is eigenlijk al het antwoord op die vraag.
Wat ik ook interessant vind, is: stel dat er met een biomarker wetenschappelijk geen verandering wordt waargenomen, maar iemand voelt zich wel gezonder en vitaler na een interventie. Dan kunnen wij de keuze maken en de vrijheid pakken om toch door te gaan, wat je niet altijd hebt wanneer het puur en alleen om het onderzoek gaat. Uiteindelijk werken wij voor onze cliënten en als iemand zegt zich beter of gezonder te voelen door een bepaalde verandering of interventie, dan is dat voor ons de leidraad om verder te gaan.
Je moet dit soort innovatieprojecten vanuit verschillende perspectieven benaderen om vast te stellen wat werkt en waardoor dat komt.Een bekend voorbeeld is dat van een verzorgingstehuis waar zorgrobots werden ingezet. De ervaren gezondheid en welzijn van de bewoners ging flink vooruit. Later bleek dat echter niet door de robots te komen, maar door de extra tijd en persoonlijke aandacht die de deelnemende bewoners kregen van begeleiders rondom het implementatietraject.
Je moet dit soort innovatieprojecten daarom vanuit veel verschillende perspectieven en domeinen benaderen om vast te stellen wat werkt en waardoor dat komt. Onderzoekscycli moeten korter, met sneller feedback vanuit de praktijk. Transdisciplinair onderzoek en samenwerken is daarin een vereiste.”
Foto's: Guido Benschop
Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies zijn tekstbestanden die op de computer worden geplaatst wanneer websites worden bezocht. Ze worden veel gebruikt om websites efficiënt te laten werken en om informatie te verstrekken aan de eigenaren van de website. Hieronder kan aangegeven worden of u de cookies accepteert.