De Medical Delta programmering 2024-2026 is halverwege. De programma’s en living labs die twee jaar geleden startten, leverden vorige maand hun tussentijdse rapportages op. Op 5 oktober kwamen programmaleiders, living lab leiders en coördinatoren samen om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren.
Het was meteen een mooie gelegenheid om ook stil te staan bij het 20-jarig bestaan bij Medical Delta. De behoefte tot nauwere samenwerking die in 2006 werd gevoeld, is blijvend actueel.
“We zijn goed op dreef,” concludeerde voorzitter Sanne de Vries. Ze deelde de voornaamste conclusies uit de ingediende rapportages. “Vrijwel elk programma of living lab werkt actief samen met een of meerdere gezondheidspraktijkpartners, heeft eerste resultaten gedeeld in het onderwijs, met de praktijk of in het wetenschappelijk domein en heeft aanvullende financiering gevonden om nog meer impact te realiseren.”
In haar presentatie nam ze de aanwezigen mee in de aanloop van de programmering, van eerste aanzet tot aan de start precies twee jaar geleden, en relateerde dat aan de huidige stand van zaken. “Wat dan opvalt, is dat inmiddels elk programma en living lab voldoet aan de vooraf gestelde startcriteria, zoals samenwerking tussen mbo-hbo-wo en samenwerking met praktijkpartners. Er zijn nieuwe samenwerkingen ontstaan en er vindt kruisbestuiving plaats tussen verschillende living labs en programma’s onderling.”
Ze benoemde daarbij expliciet de meerwaarde van de coördinatoren die elk programma en living lab heeft aangesteld. “We zien dat het werkt: één centraal aanspreekpunt die de gang erin houdt en zorgt voor blijvende activatie van het gehele consortium.”
Vanuit het bestuur gaf ze de aanwezigen mee wat zij de komende twee jaar kunnen verwachten, en wat het bestuur van hen verwacht. Ook gaf ze een doorkijkje naar de periode erna. De verwachting is dat de behoefte aan een samenwerkingsverband als Medical Delta eerder zal toenemen dan afnemen, waarbij Medical Delta vaker wordt benaderd voor een rol als een soort ‘ecosysteem-architect', zoals nu ook al gebeurt. Daarbij wordt Medical Delta ook landelijk herkend en erkend als belangrijk health innovation ecosysteem, bijvoorbeeld in de samenwerking met andere regionale ecosystemen binnen ShareCare.
Elk programma en living lab heeft zijn specifieke uitdagingen. Sommigen zijn wat verder op onderdelen als wetenschappelijke output of doorwerking naar het onderwijs, anderen moeten zich nog verder ontwikkelen.
Vooral het realiseren van maatschappelijke impact op het niveau van inwoners, patiënten en professionals vraagt de komende twee jaar aandacht.
Tegelijkertijd zijn er onderwerpen waar vrijwel iedereen tegenaan loopt. Hoe hou je iedereen in je consortium aangehaakt en verval je niet in een ‘consortium blues’? Hoe bestendig je de financieringsstroom? Hoe zorg je ervoor dat je belangrijke stakeholders, zoals studenten, bestuurders of eindgebruikers, niet eenmaal raadpleegt maar gedurende de helemaal programmaperiode betrokken houdt?
Aan de andere kant zijn er ook leerervaringen die voor meerdere consortia interessant zijn. Sommige living labs zijn bijvoorbeeld vergevorderd met implementatieprojecten op de werkvloer. Hier kunnen anderen weer van leren. En sommige programma’s hebben methodieken ontwikkeld die ook voor andere consortia bruikbaar zijn.
Voor al deze zaken werd ter plaatse een werkconferentie op touw gezet. Volgens het ‘unconference’-principe begon dit met een blanco blokkenschema. Aan de deelnemers werd gevraagd welke onderwerpen, ervaringen en uitdagingen zij wilden delen en ter sprake wilden brengen. Onderwerpen die op veel belangstelling konden rekenen, werden als break-out sessie geplot in het blokkenschema.
Populair was bijvoorbeeld een sessie over hoe we toepassingen uit kunst en cultuur kunnen inzetten voor innovatie, en een sessie over de werkelijke waardebepaling van een innovatie. Andere sessies behandelden juist een niche, waar in klein comité ervaringen en inzichten werden gedeeld.
De middag leidde tot nieuwe verbindingen en ‘bottom-up’ kennisdeling, afgesloten met een gezellige netwerkborrel in de tuin van het Vakwerkhuis in Delft.
Download hier de presentatie met de bevindingen en conclusies uit de midterm rapportages.
Foto's: Sietse Pots