Na een ziekenhuisopname, voorafgaand aan een behandeling of na een blik op de weegschaal ben je gemotiveerd om aan je gezondheid te werken. Gezondheidsapps waarmee je punten scoort of persoonlijke interventieprogramma’s zetten je aan tot gezonder eten en meer bewegen. Toch blijven de langetermijneffecten vaak uit.
Hoe zorgen we voor structurele gedragsverandering? Welke methoden werken voor langere tijd, en wat zijn de psychologische mechanismen daarachter? En hoe maken we de gezonde keuze ook de makkelijke keuze?
Deze vragen stonden centraal tijdens het Medical Delta Café van juni, dat in nauwe samenwerking met het Healthy Society Programma was georganiseerd. Onder leiding van Medical Delta voorzitter prof. dr. Sanne de Vries ontstond een levendige discussie tussen het publiek en de sprekers.
Weten is niet hetzelfde als willen, willen is niet hetzelfde als doen, en doen is niet hetzelfde als volhouden. Zo vatte prof. dr. Marieke Adriaanse als eerste spreker het onderzoek naar gedragsverandering samen in één zin. Adriaanse is hoogleraar Gedragsinterventies in Population Health Management aan de Universiteit Leiden en strategisch vertegenwoordiger van het Healthy Society Programma.
Zelfs als je gemotiveerd bent, blijkt motivatie slechts beperkte invloed te hebben op daadwerkelijk gedrag, vertelde Adriaanse. Automatismen, gewoontes en een gebrek aan vaardigheden spelen minstens zo'n grote rol. En lukt het dan toch om nieuw gedrag te starten? Dan blijkt volhouden de volgende horde: slechts zo’n 55% houdt het langdurig vol.
Maar wat maakt gedragsverandering dan zo lastig? Eén reden is het hebben van conflicterende doelen, want meer bewegen is meestal niet de enige ambitie. “’s Avonds wil je graag sporten, op tijd naar bed en je hebt ook nog sociale afspraken,” zo spiegelde Adriaanse het publiek voor.
Daarnaast is motivatie niet stabiel: op sommige momenten is de drive sterker dan andere. Als je ’s ochtends wakker wordt heb je meer motivatie dan na een lange werkdag. Als laatst oefent de omgeving meer invloed uit dan onze goede voornemens. “We vallen terug op impulsen en oude gewoontes.”
Ze gaf enkele tips voor gedragsverandering:
“De sleutel ligt uiteindelijk in gewoontevorming. Wanneer een gedrag vaak genoeg in dezelfde context wordt uitgevoerd, ontstaat een associatie. Het wordt een automatisme, en dan hoef je er niet meer bewust over na te denken. De goede voornemens spelen dan eigenlijk geen rol meer.”
Natasja van der Lely van De Nieuwe Lunchcultuur opende als tweede spreker met een eenvoudige vraag: wie heeft er vandaag koffiegedronken en heeft daarbij bewust nagedacht of dat een gezonde keuze is? “Niemand doet dat, want koffiedrinken is eigenlijk geen keuze, het is een gewoonte. Als een groot deel van ons gedrag onbewust is, dan is niet de vraag hoe gedrag verandert maar hoe gedrag normaal wordt.”
Dit geldt ook voor de manier waarop we lunchen op ons werk. Miljoenen werkenden in Nederland zijn samen goed voor 25 miljoen lunchmomenten per week. “Toch hebben we het zelden over de werklunch als plek waar gedrag ontstaat.” En dat is vreemd, stelt Van der Lely. De omgeving wint bijna altijd van intentie. Mensen veranderen niet omdat ze overtuigd raken, maar omdat de omgeving verandert, zo hield ze de zaal voor. “Er ligt daarom een enorme kans om een gezond, vitaal en duurzaam Nederland te ontwikkelen via de werklunch.”
Samen lunchen, samen wandelen, dat heeft vaak meer invloed dan welke richtlijn dan ook
“Verbinding is het meest onderschatte element van een gezonde lunch. Samen lunchen, samen wandelen, dat heeft vaak meer invloed dan welke richtlijn dan ook. Verandering werkt bovendien beter als mensen zelf meebouwen: eerst vragen naar hun eigen ambities en wensen, in plaats van oplossingen op te leggen.”
Het initiatief ‘De Nieuwe Lunch Cultuur’ is een beweging die werkt aan cultuur, systeem en economie. “Als we willen dat Nederland gezonder gaat eten, zorg er dan voor dat er tijdens de lunch op het werk elke dag groente op het bord ligt.” Dat mes snijdt volgens Van der Lely aan meerdere kanten. “Veel werkgevers noemen hun mensen als hun belangrijkste kapitaal. De werklunch geeft de kans hierin te investeren.”
Zo’n tien jaar geleden gaf prof. dr. David van Bodegom (LUMC) in Den Haag een lezing over het belang van bewegen voor ouderen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat ouderen door gerichte training snel sterker, mobieler en mentaal fitter kunnen worden. Tegelijkertijd bleek dat deze effecten vaak verdwijnen zodra een programma stopt en de begeleiding wegvalt.
Een van de toehoorders, een oudere man uit Ulft, vertelde hem over zijn eigen ervaringen. Zonder programma of begeleiding komt een groep ouderen in Ulft al jarenlang elke dag samen om in de buitenlucht te bewegen. Hij nodigde de hoogleraar uit voor een bezoek, wat uiteindelijk leidde tot de opzet van ‘Vitality Clubs’.
Al snel bleek het idee aan te slaan in drie uiteenlopende wijken in Leiden: beweeggroepen van ouderen en door ouderen bleken in verschillende buurten goed te functioneren zonder hulp van professionals. “Juist door de ouderen het zelf te laten organiseren en begeleiden.” Het zorgde voor gezonder gedrag en meer sociale verbondenheid in de wijk.
De zelforganiserende en zelf ondersteunende Vitality Clubs zijn laagdrempelig en kosten niets. Mensen trekken hun schoenen aan, spreken af op een grasveldje en bewegen samen. “De mensen die je daar ziet, die wonen in jouw wijk, die zie je op straat en die kom je tegen in de supermarkt. Dat is waarom het zo goed werkt,” zegt Van Bodegom. “Het zijn allemaal mensen zoals jij.”
Ongeveer 90% van de deelnemers blijft. Van Bodegom: “Mensen voelen zich fitter en gezonder, maar ze vinden het ook leuk en gezellig. Daarom blijven ze altijd terugkomen.”
Inmiddels bestaan er ongeveer honderd van deze Vitality Clubs, verspreid van Groningen tot Goes. Iemand die zo’n lokale Vitality Club opzette, is Mirjam Touw. Zij werkte jarenlang als wijkverpleegkundige bij Buurtzorg – volgens Van Bodegom bij uitstek iemand die het goed kan opzetten. “Een wijkverpleegkundige heeft als insteek: neem niets over wat de cliënt zelf kan doen. Dat sluit goed aan bij de insteek van Vitality Clubs.”
Wijkverpleegkundige Mirjam Touw sloot als spreker uit de praktijk de bijeenkomst af. Touw werkt en woont in de Vijfhoek in Haarlem: een oud stadsdeel met nogal wat uitdagingen voor ouderen, zoals smalle steegjes, trappetjes, volgebouwde trottoirs en oude, niet aangepaste woningen. “Maar iedereen woont er met alle liefde en wil er nooit meer weg. Dus zorgen we er samen voor dat we daar met elkaar kunnen blijven wonen.”
Mensen gaven aan dat ze elkaar meer wilden ontmoeten en zien, en meer wilden bewegen. Vanuit Buurtzorg zetten Touw daarom een Vitality Club op. “We zijn drie maanden geleden gewoon gestart: twee keer per week, in de ochtend tussen 10 en 11.” In het begin was de opkomst wisselend: sommige mensen bleven, anderen haakten af. Gaandeweg namen de bewoners de club zelf over, waarbij de initiatiefnemers een begeleidende rol kregen. Inmiddels is er een stabiele groep van ongeveer tien tot twaalf deelnemers die samenkomt.
De laagdrempeligheid speelt hierbij een belangrijke rol: aanmelden is niet nodig en mensen kunnen altijd aansluiten of wegblijven
“De laagdrempeligheid speelt hierbij een belangrijke rol: aanmelden is niet nodig en mensen kunnen altijd aansluiten of wegblijven,” zegt Touw. En dat leidt tot resultaat, want bewegen in de buitenlucht werkt aanstekelijk. “Mensen zijn toch nieuwsgierig wat we doen. Ze stoppen en blijven kijken en besluiten mee te doen. Pas deed een jonge vrouw met ons mee: ze was bezig met haar hardlooprondje en besloot spontaan een les aan te haken.”
In de afsluitende discussie met het publiek ging het onder meer over de rol van ‘peers’ als ambassadeur. “Je ziet dat bij de Vitality Clubs de ‘peers’ de rol als coach op zich nemen en het voortouw pakken, is dat ook belangrijk bij andere initiatieven?” vroeg moderator Sanne de Vries aan de sprekers en het publiek. Natasja van der Lely herkende het wel: vaak zijn er inderdaad bij organisaties een paar enthousiastelingen die de rest van de collega’s meenemen in een gezondere lunchcultuur.
Vanuit het publiek wordt gewezen op initiatieven zoals het netwerk Nederland Zorgt Voor Elkaar, waar duizenden zorgzame gemeenschappen zijn aangesloten: bewegingen vanuit de samenleving zelf. Ook wordt bediscussieerd wat de rol van de overheid is, en wat aan de maatschappij zelf is: een spanningsveld tussen betutteling en actief stimuleren. “We moeten het vooral met elkaar doen, niet tegen elkaar.”
Voor de afsluitende netwerkborrel heeft Van Bodegom nog een afsluitend advies met een knipoog: “Het geheim van het volhouden van gezond gedrag, is dat je af en toe ook feestjes viert.”
Foto's: Frank de Roo
Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies zijn tekstbestanden die op de computer worden geplaatst wanneer websites worden bezocht. Ze worden veel gebruikt om websites efficiënt te laten werken en om informatie te verstrekken aan de eigenaren van de website. Hieronder kan aangegeven worden of u de cookies accepteert.