Portret en video Jan Carel Diehl: “Zo blijft duurzaamheid ook op de agenda staan”

dinsdag 16 januari 2024

De milieudruk van onze gezondheidszorg is erg hoog. De zorg gebruikt veel grondstoffen, produceert veel niet-circulair afval en is verantwoordelijk voor 7 procent van de CO2-uitstoot in Nederland. Prof. dr. ir. Jan Carel Diehl wil deze druk drastisch helpen verminderen. “Wij industrieel ontwerpers zijn de onderhandelaars, facilitators en provocateurs in het proces van verduurzaming.”

Jan Carel Diehl is hoogleraar aan de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft. Sinds kort is hij ook aangesteld als Medical Delta hoogleraar aan het Erasmus MC.

 

Je bent benoemd tot Medical Delta hoogleraar. Wat betekent dat voor jou?

“Voor mij was het enorme eer. Eerder dit jaar ben ik benoemd tot hoogleraar in Delft en nu ook nog tot Medical Delta hoogleraar aan het Erasmus MC, in Rotterdam waar ik woon. Dat maakt het heel bijzonder.

Wij als industrieel ontwerpers werken heel interdisciplinair en deze benoeming bekrachtigt dat. Het is ook een commitment voor een langere tijd. Hoewel we samen al een living lab hebben, was ik toch altijd een bezoeker in het Erasmus MC. Ik had wel een pasje, maar daar gaf enkel toegang tot de fietsenstalling en ons Living Lab. Wat mij betreft staat de benoeming ervoor dat we met z’n allen trots zijn op onze samenwerking en laten we hiermee zien dat we dat we dat verder willen intensiveren.

Duurzaamheid in de gezondheidszorg is een relatief nieuw onderwerp. Dat is door Frank Willem Janssen binnen Medical Delta op de kaart gezet. Hij gaat binnenkort met pensioen bij het LUMC. Dit is een mooie kans om het stokje van hem over te nemen. Iedereen vindt duurzaamheid belangrijk, maar zo blijft het ook op de agenda staan. Door deze Medical Delta aanstelling kan ik het thema continueren en versterken.”

Kun je kort vertellen wat je expertise is?

“Als ontwerper heb ik een vrij brede expertise. Mijn leerstoel aan de TU Delft is Design for Inclusive Sustainable Healthcare. Dat bestaat uit twee delen. Het ene is het inclusief maken van het gezondheidssysteem in het globale zuiden. Daar hebben grote groepen geen of beperkt toegang tot gezondheidszorg. De andere kant is het reduceren van de milieubelasting van ons huidige zorgstelsel, zodat die ook op de lange termijn in balans is. Dit speelt zich vooral af in Nederland en Europa.

Hierbij zijn er ook crossovers. De gezondheidszorg in het globale zuiden kent vaak beperkingen en tekorten. Er wordt daarom al heel zuinig omgegaan met (hulp)middelen. Daar kunnen we hier zeker wat van leren. Aan de andere kant groeit de gezondheidszorgsector in het zuiden snel. Dus het is goed om nu al te beginnen met duurzaamheid.

Binnen mijn Medical Delta hoogleraarschap heeft duurzaamheid en verlagen van de milieudruk de meeste nadruk.“

Hoe vullen medici, ontwerpers en technologen elkaar hierbij aan?

“De vraag om verduurzaming is gekomen vanuit de medische sector zelf, dus bottom up. Die sector nodigt vervolgens anderen uit om mee te denken. Dat is nodig omdat er veel invalshoeken samenkomen en nieuwe ideeën bedacht moeten worden. Ontwerpers kunnen helpen om situaties en perspectieven in kaart te brengen als basis voor nieuwe oplossingen. Die oplossingen hebben een medische component en een ontwerp- en gedragskant waar wij van zijn.

Af en toe moeten we zeggen: ‘Dit is toch wel heel erg apart wat we hier zien’.Een typische ingenieur zou heel erg de diepte in gaan. Maar dat is nu in eerste instantie niet nodig. Het gaat er eerst om het holistische plaatje te schetsen en niet direct om een nieuw apparaat te ontwerpen. Een heleboel factoren komen samen. Die moeten we samen overzien en samen moeten we interventies durven te maken. Wij industrieel ontwerpers zijn de onderhandelaars, facilitators en provocateurs in het proces van verduurzaming. Af en toe moeten we zeggen: ‘Dit is toch wel heel erg apart wat we hier zien’. Het rare in het ziekenhuis is dat er heel veel protocollen zijn, maar dat de praktijk soms toch anders is. De onbeschreven wereld is zo groot. Wij helpen dat in kaart te brengen.”

Hoe betrek je de praktijk bij je onderzoek?

“Je moet durven afdalen om dingen te doen. Simpel voorbeeld. We werken aan een houder voor plastic ziekenhuishandschoenen. De studenten hebben daar zelf een prototype voor gemaakt. Dan ga je daarmee terug naar de ziekenhuisafdeling om te valideren wat werkt in de praktijk. Dat gaat veel sneller dan eerst iets helemaal uitontwerpen. Een ander voorbeeld. We hebben het gehad over remanufacturing van apparatuur. Dus iets wordt geproduceerd, gebruikt en weer uit elkaar gehaald voor hergebruik. Om daarmee te experimenteren, hebben we korte filmpjes gemaakt vanuit een fictief bedrijf dat we ‘Medflow’ noemen, midden in Rotterdam ligt en alle spullen verzamelt. Dat filmpje is belangrijk om je voor te kunnen stellen hoe de toekomst eruit kan zien. Dat geeft iemand een idee, een beeld. En leidt vervolgens tot de discussies die je nodig hebt.”

Hoe is het om met iemand uit een hele andere discipline te beginnen met samenwerken?

“Ik heb veel met het LUMC samen gedaan gericht op het globale zuiden. Wat ik het leuke vind, wat ik denk en voel, is dat we heel erg naar elkaar toe aan het groeien zijn. Ze moesten wel een beetje aan ons wennen.

Als industrieel ontwerper denk je in oplossingen, medici denken evidence based. Je ziet gelukkig steeds meer begrip om dat parallel aan te pakken.We onderzochten bijvoorbeeld hoe we een mobiele telefoon kunnen gebruiken om te ontdekken of er een parasiet in een bloedsample zit. Je kunt dat doen door strak vast te houden aan evidence based onderzoek. Dan werk je eerst vijf jaar in het lab en daarna ontdek je pas wat het doet in de praktijk. Wij hebben het anders gedaan en eerst een student het veld ingestuurd met een heel eenvoudig prototype om te vragen wat ze er daar van vonden. Zo begrijp je in een vroeg stadium wat de behoefte is van de eindgebruikers. Bij het LUMC vond ze dat in eerste instantie een beetje gek.

Als industrieel ontwerper denk je in oplossingen, medici denken evidence based. Je ziet gelukkig steeds meer begrip om dat parallel aan te pakken. We kunnen veel van elkaar leren en met elkaar accelereren. De ene keer werkt mijn trial and error aanpak heel goed, maar een vervolgstudie vraagt misschien weer meer om een evidence based aanpak.”

Wat mis je nog in je samenwerking om je doelen te kunnen bereiken? Welke oproep wil je doen? 

“Wat ik hoop is dat we nog meer de kennis gaan bundelen die we hebben. Op het gebied van duurzaamheid gebeurt er zo ongelofelijk veel. Hoe zorgen we ervoor dat we elkaars kennis kunnen gebruiken en dat we weten van elkaar wat we doen? Ik heb daarop nog niet het antwoord, maar denk wel dat deze aanstelling er aan bijdraagt.”

Je werkt nu vooral met ziekenhuizen om de zorg te vergroenen, terwijl de meeste zorg daar buiten plaatsvindt. Waarom is dat?

“Een ziekenhuis is een enorm groot knooppunt en er gaan continu mensen in en uit. Er wordt wel gezegd dat het Erasmus MC net zoveel energie verbruikt als de hele gemeente Barendrecht. Het is dan logisch om daar te beginnen. Daar is snel winst te boeken. Het denken start vanuit het ziekenhuis, maar daarna kijken we ook naar de milieudruk van een zorgpad en hoe we die druk kunnen verminderen.

We staan op een tweesplitsing, de zorg gaat veranderen. We hebben een sector zoals die nu is en de vraag hoe kunnen we dat systeem verbeteren. Anderzijds gaan we nadenken over de zorg van de toekomst, met bijvoorbeeld Artificial Intelligence, met meer zorg thuis, met gezondheidszorg op maat. Allemaal nieuwe dingen. Hoe kunnen we vooruitkijken om te zorgen dat het nieuwe systeem bij voorbaat al duurzaam is. Dat speelt zich ook veel buiten het ziekenhuis af. Er komen bijvoorbeeld nieuwe apparaatjes om zelf je hart te monitoren. Dat apparaatje moet eerst bij de patiënt komen. Maar dan moet je eigenlijk ook nadenken hoe het dan weer terugkomt voor hergebruik of recycling. Hoe ga ik dat cirkeltje rondmaken? Misschien wel door de patiënt direct instructies te geven: zo gebruikt u het en zo brengt u het later weer terug.”

De meest duurzame zorg is waarschijnlijk zorg die niet gegeven wordt. Hoe kijk jij hier tegenaan?

“Standaardiseren van zorg maakt werken en meten makkelijker. Maar als we zorg persoonlijker maken en minder one size fits all aanhouden, dan hebben we keuzes en kunnen we voorkomen dat er onnodige of zwaar milieubelastende behandelingen plaatsvinden. Stel dat je kunt kiezen uit een behandeling die qua belasting gelijk staat aan 1x de wereld rondvliegen, of een behandeling van 5x de wereld rond met 1 procent meer kans op succes. Waar kies je dan voor? Er zijn al patiënten die er naar vragen. Bijvoorbeeld bij bevallen zijn er verschillende routes met verschillende milieubelastingen.

We moeten goed overwegen waarom we dingen doen, waarom ze zo zijn.Maar ook bij nodige behandelingen is er nog winst te halen. Er worden nu behandelingen voorbereid die niet door gaan, omdat iemand niet komt opdagen. Of iemand heeft net gegeten terwijl deze nuchter moest zijn. Dat heeft niet alleen met duurzaamheid te maken, maar ook met kosten. We moeten goed overwegen waarom we dingen doen, waarom ze zo zijn. Wanneer een patiënt de intensive care verlaat, wordt de unit schoongemaakt. Daarbij werden voorheen standaard ook ongebruikte spullen weggegooid. In bepaalde gevallen is dat helemaal niet nodig. Daarover moet je met gezond verstand het gesprek aan durven gaan.

Een ander voorbeeld is een elektronische pillendoos. Daarvan kun je je afvragen of dat wel nodig is. Maar aan de andere kant: als de patiënt daardoor wel op het juiste moment zijn pillen slikt en zich zo gedraagt naar de voorschriften, dan blijft iemand gezonder en voorkomen we dat iemand meer zorg nodig heeft. Dat heeft te maken met een levenspad, en waar maak je de interventie.”

Wat kunnen mensen die in de zorg werken en willen vergroenen doen?

“In de eerste plaats hard door gaan zoals het nu gaat. Bij het Erasmus MC gebeurt echt heel veel en is er op alle niveaus veel commitment. Bottom up ontstaan nieuwe ideeën, top down zorgt dat het geïmplementeerd kan worden. Dit kan nog meer op elkaar worden afgestemd. Door samen in en vervolgens weer uit te zoomen. Soms zijn er kleine dingen die niet in het systeem passen en is er het grote systeem dat kleine verbeteringen in de weg zit. Op beide niveaus moet je vooruitgaan. Daarvoor is het goed om af en toe even af te dalen of omhoog te klimmen.“

Je zult nu waarschijnlijk meer wetenschappers ontmoeten vanuit andere disciplines en instituten. Door het werk van wie ben je echt verrast en waarom?

“Nicole Hunfeld is van de afdeling intensive care in het Erasmus MC. Zij is heel erg open en denkt net als een ontwerper: niet zeggen ‘zo is het’, maar je afvragen ‘waarom is dit zo’. Zij zit midden in de praktijk en moet van daaruit een complex onderwerp als duurzaamheid verder brengen. Ik vind het heel erg indrukwekkend hoe zij dat doet.

De openheid van medici vind ik sowieso heel tof. Hoe ik door iedereen gevraagd wordt om in de behandelkamer te gaan staan. ‘Doe een witte jas aan en loop maar mee.’ Sta je vervolgens weer een paar uur naast een scanner. Die bereidheid om te delen is groot. En andersom komen ze ook weleens naar Delft toe. Daar fleurt hun creativiteit helemaal van op. Het inzicht dat je ook kunt werken op het niveau van eenvoudige mock-ups. Prototypes bouwen van karton. Het speelse weer aanleren. Dat het niet helemaal uitgekristalliseerd hoeft te zijn. We zijn allemaal creatief, niet alleen ontwerpers, maar soms moeten we dat weer even ontdekken in onszelf.”


Meedoen met de verduurzaming van de zorg? Op deze pagina staan enkele handige wegwijzers.

Cookie melding

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies zijn tekstbestanden die op de computer worden geplaatst wanneer websites worden bezocht. Ze worden veel gebruikt om websites efficiënt te laten werken en om informatie te verstrekken aan de eigenaren van de website. Hieronder kan aangegeven worden of u de cookies accepteert.